Kalender
Een kalender is een systeem voor het indelen van de tijd in perioden, zoals jaren, maanden, weken en dagen. In deze algemene zin is kalender synoniem voor tijdrekening.
Een kalender bepaalt de lengte en de indeling van het jaar en is gebaseerd op maatstaven die de astronomie aanreikt. Een kalender is gekoppeld aan een jaartelling en een jaarstijl, die beide gebaseerd zijn op conventies of op historische gebeurtenissen die bij de invoering van de kalender als essentiële beginpunten van de beschaving worden beschouwd. De jaartelling bepaalt daarbij het jaar waarin de kalender aanvangt, de jaarstijl bepaalt op welke dag het jaar begint.
Maankalender
De oudste kalenders gaan uit van lunaties (synodische maand), die elk ongeveer 29,5 dagen duren. De synodische maand is eenvoudig te bepalen omdat het de periode is tussen twee opeenvolgende nieuwe manen (of twee opeenvolgende andere schijngestalten). Ongeveer 2 dagen na nieuwe maan wordt een smalle maansikkel zichtbaar en kon men een nieuwe maand beginnen. Door afwisselend maanden in te voeren van 29 en 30 dagen, benadert men het gemiddelde van 29,5 dagen. Een maankalender loopt elk jaar ten opzichte van het zonnejaar een achterstand op van ongeveer 11 dagen (29,5 x 12 = 354 dagen), zodat de meeste oude cultuurvolken overschakelden op een gebonden maanjaar, waarbij men ook rekening hield met het zonnejaar: een Lunisolaire kalender.
Deze maancyclus wordt nu nog gebruikt bij het berekenen van de paasdatum.
Zonnekalender
Hier laat men de band tussen de maan en de maand vallen. Men meet de seizoenen niet langer aan de hand van de verstreken maanmaanden, maar men kan ze bepalen aan de hand van de zonnewendes en de nachteveningen.
Zonnekalenders zijn dus gebaseerd op de tijdsspanne van 4 seizoenen en die tijdsduur wordt door alle culturen als jaar ervaren. Die tijd is net een beetje korter dan de tijd die de aarde nodig heeft om haar baan om de zon te voltooien. Die tijd bedraagt 365,2564 dagen en wordt het siderisch jaar genoemd.
Bij een zonnewende keert het lengen van de dagen. Bij een nachtevening zijn dag en nacht even lang. Om de seizoenen op vaste tijdstippen van de kalender te laten beginnen, stelt men het jaar vast op de tijd die verloopt bv. tussen twee lentenachteveningen. Dit heet het tropisch jaar, en duurt iets meer dan 365 dagen, meer precies 365,2422 dagen of bij benadering 365,25 dagen. Om dit zonnejaar van gemiddeld 365,25 te benaderen gebruikt men gewoonlijk een schrikkeldag om de 4 jaren.
Voorbeelden van officiële kalendersystemen
Maankalenders
De islamitische tijdrekening heeft als beginpunt de Hegira of Hidjra, de vlucht van de profeet Mohammed op 16 juli 622 (volgens de Juliaanse kalender). Het is een maangebonden kalender bestaande uit een jaar van 12 maanden van 29 of 30 dagen. Omdat 12 van die maanden 354 dagen duren, loopt deze kalender elk jaar 11 of 12 dagen uit de pas met het zonnejaar. Een islamitische maand als Ramadan kan dus - in een cyclus van ca. 31 jaar - samenvallen met de meest uiteenlopende maanden van ons jaar.
Lunisolaire kalenders
De Grieken hadden in de Oudheid een merkwaardige combinatie van een op de maan en een op de zon gerichte kalender. De maanden waren maanmaanden van om de beurt 29 of 30 dagen. Om te voorkomen dat het jaar te veel met het zonnejaar uit de pas ging lopen werd er om de twee of drie jaar een schrikkelmaand ingelast. Eén van de manieren om de jaren aan te geven was om deze te benoemen binnen een bepaalde "Olympiade", een vierjarige periode tussen twee opeenvolgende Olympische Spelen (De eerste spelen zouden in 776 v.Chr. hebben plaatsgevonden). Eén van de belangrijkste Griekse kalenders was de Attische kalender.
De Joodse kalender heeft als beginpunt 7 oktober 3761 v.Chr. (volgens Juliaanse kalender) als volgens joodsorthodoxe opvatting het tijdstip van de schepping. De kalender is zowel maan- als zongebonden en bestaat uit een jaar van 12 of 13 maanden van 29 of 30 dagen (zie ook: sjabbat).
De Mayaanse kalender bestond uit verschillende gecombineerde cycli, hoofdzakelijk de volgende. (1)Een waarzegkalender of tzolkin (260 dagen = 20 dagnamen gecombineerd met de cijfers 1 tot en met 13). (2)Een niet-geschrikkelde jaarkalender voor de 'maand'feesten (365 dagen = 18 × 20 dagen plus 5 'naamloze'dagen). (3) Een maankalender. (4)Een Korte telling, dat wil zeggen een cyclus van 13 katuns oftewel 13 × 20 × 360 dagen. (5)Daarnaast bestond voor geschiedkundige doeleinden een lineaire Lange telling gerekend vanaf een mythologische begindatum ca. 3000 v.Chr.
Andere lunisolaire kalenders zijn onder meer de Chinese kalender en Tibetaanse kalender.
Zonnekalenders
De Romeinse kalender begon als maankalender maar heeft sinds de stichting van Rome in de achtste eeuw voor Chr. in vele achtereenvolgende gedaanten tot op de huidige dag bestaan. De voorlaatste gedaante van de Romeinse kalender was de Juliaanse kalender (van -46 tot 1582). Hij werd zeven eeuwen na de stichting van Rome ingevoerd door Julius Caesar en in het jaar 325 door het concilie van Nicaea aanvaard als de officiële kalender van de kerk. De Juliaanse kalender werd vervangen door de gregoriaanse kalender, ingevoerd in het jaar 1582 door Paus Gregorius XIII. Hij bepaalde dat 15 oktober 1582 onmiddellijk moest volgen op 4 oktober 1582 en dat alleen die kalenderjaren van onze jaartelling na het jaar 1582 schrikkeljaar zijn waarvan het nummer deelbaar is door 4, maar niet door 100 tenzij door 400.
De christelijke kalender, dat wil zeggen de bij de christelijke jaartelling behorende kalender, was van 325 tot 1582 identiek met de Juliaanse kalender, maar vanaf 1582 met de Gregoriaanse.
De Franse Republikeinse Kalender. Gedurende de Franse Revolutie (die duurde van 1789 tot 1804) was in Frankrijk de Franse revolutionaire kalender een aantal jaren in gebruik. Toen Franse revolutionairen op 22-9-1792 de eerste Franse republiek uitriepen, besloten zij tevens op deze bijzondere dag een nieuwe jaartelling te beginnen; deze dag was de eerste dag van de eerste maand van het jaar 1 van hun nieuwe jaartelling. Anders dan de invoering van de christelijke jaartelling ging de invoering van de Franse revolutionaire jaartelling gepaard met een drastische hervorming van de kalender. Elk kalenderjaar van de Franse revolutionaire kalender begon op de dag waarop de herfstnachtevening viel en bestond uit twaalf maanden van elk dertig dagen en vijf of zes losse dagen waarmee dit kalenderjaar werd volgemaakt. De Franse revolutionaire jaartelling heeft slechts tot 1-1-1806 gediend.
De bahá'í-kalender, ook de badí'-kalender genoemd, wordt gebruikt in het bahá'í-geloof, is een zonnekalender met regelmatige jaren van 365 dagen en schrikkeljaren van 366 dagen. De jaren zijn samengesteld uit 19 maanden van 19 dagen elk, plus een extra periode van "Schrikkeldagen" (4 in normale jaren en 5 in schrikkeljaren). De jaren in de kalender beginnen op de lente-equinox (gewoonlijk 21 maart ), en worden geteld met de datumaanduiding “BE” (Bahá'í Era), met 21 maart 1844 als eerste dag van eerste jaar.
De Byzantijnse kalender heeft als beginpunt het jaar 5508 v.Chr. van onze jaartelling, het jaar waarin volgens Byzantijnse geleerden de schepping van de wereld had plaatsgevonden. Tsaar Peter I van Rusland besloot dat 31 december van het jaar 7207 van de Schepping van de Wereld gevolgd zou worden door 1 januari 1700 van de algemeen in Europa gebruikte jaartelling. Omdat men in Rusland een groot wantrouwen koesterde voor alles wat rooms-katholiek was, aanvaardde men echter niet de moderne gregoriaanse kalender, maar zou men tot 1918 blijven vasthouden aan de Juliaanse kalender.
De officiële Taiwanese kalender volgt in principe onze gregoriaanse kalender, maar begint met tellen in ons jaar 1911, toen Dr. Sun Yat-sen de Chinese Republiek uitriep. Toen Generalissimo Chiang Kai-shek in 1949 naar Taiwan vluchtte met de Kwomintang, heeft hij de jaartelling daar geïntroduceerd.
De officiële kalender van Noord-Korea is de Juche-kalender. Deze begint met tellen in het jaar 1912, het geboortejaar van Kim Il-sung. Noord-Korea leeft nu (2007) dus in het jaar Juche 96. Verder volgt deze kalender gewoon de gregoriaanse kalender. Opvallend is dat de Juche jaartelling géén jaren kent voor het begin van de jaartelling.
De Jalāli kalender is in gebruik in Iran, Koerdistan en Afghanistan. Deze kalender werd ingevoerd in 1925, waarbij de namen van de maanden zijn gebaseerd op een traditionele kalender uit de 11e eeuw. De kalender bestaat uit 12 maanden, waarvan de eerste zes 31 dagen tellen, de volgende vijf 30 dagen. De laatste maand telt gewoonlijk 29 dagen en in een schrikkeljaar 30 dagen.
De volgende dag
Gregoriaanse kalender : De volgende dag is vanuit het actuele tijdstip de dag die hierna om 12 uur 's nachts begint.
Juliaanse Kalender: De volgende dag begint om 12 uur s'middags.
Gewoon datums berekenen en je zit in 50% van de gevallen een dag mis.
De overgang van Juliaans naar Gregoriaans.
De gregoriaanse kalender, een aanpassing van de daarvoor gebruikte juliaanse kalender werd besloten door het Concilie van Trente (1545-1563). Paus Gregorius XIII kon pas in 1582 met de bul Inter gravissimas deze kalenderhervorming doorvoeren. Door het weglaten van 10 dagen werd het begin van de lente teruggebracht naar 21 maart. De weekdagen liepen zonder onderbreking door, op donderdag 4 oktober volgde vrijdag 15 oktober 1582.
Het gemiddelde jaar in de juliaanse kalender telde exact 365,25 dagen, maar omdat het gemiddelde tropische jaar ongeveer 365,2422 dagen duurt, loopt de juliaanse datum elke duizend jaar ongeveer 7,8 dagen achter op de zon. Om deze afwijking te corrigeren, werd het systeem van schrikkeljaren aangepast, zodat elk jaartal dat deelbaar was door 4 maar ook door 100 voortaan geen schrikkeljaar is, behalve als het ook door 400 te delen is. Dat betekent dat bijvoorbeeld 1600, 2000 en 2400 schrikkeljaren zijn, maar 1700, 1800, 1900, 2100, 2200 en 2300 niet. Het gemiddelde gregoriaanse jaar duurt derhalve 365,2425 dagen. Per 1000 jaren worden er daardoor gemiddeld 7.5 dagen gecompenseerd
Overgangs data per regio:
| Land/streek | Einddatum Juliaans | Begindatum Gregoriaans | Bijzonderheden |
| Nederland | |||
| Luxemburg, Brabant, Zeeland en de Staten Generaal | Vrijdag,14 dec 1582 | Zaterdag, 25 dec 1582 | |
| Zuidelijke provincies (lees België) en Limburg | 20 of Vrijdag 21 dec 1582 | 31 dec 1582 of Zaterdag 1 jan 1583 |
Onderbroken door de Republikeinse |
| Holland | Dinsdag, 1 jan 1583 | Woensdag,12 jan 1583 | |
| Groningen | Zondag, 10 feb 1583 | Maandag, 21 feb 1583 | keerde zomer 1594 terug naar Juliaans |
| Groningen | 31 dec 1700 | 12 jan 1701 | tweede keer |
| Gelderland | 30 jun 1700 | 12 jul 1700 | |
| Utrecht en Overijssel | 30 nov 1700 | 12 dec 1700 | |
| Friesland | 31 dec 1700 | 12 jan 1701 | |
| Drente | 30 apr 1701 | 12 mei 1701 | |
|
In sommige protestantse streken in de Nederlanden samen met de Juliaanse kalender tot ca. 1700. |
|||
Namen van de dagen:
| dies Dominicus/feria prima (1ma) | zondag |
| dies Lunea/feria secunda(2da) | maandag |
| dies Martis/feria tertia(3tia) | dinsdag |
| dies Mercurii/feria quarta(4ta) | woensdag |
| dies Jovis/feria quinta(5ta) | donderdag |
| dies Veneris/feria sexta(6ta) | vrijdag |
| dies Sabbati/feria septima(7ma) | zaterdag |
Namen van de maanden:
| Januarius | januari | louwmaand, lauwe, ijsmaand |
| Februarius | februari | sprokkelmaand, sporkerl(e), schrikkelmaand |
| Martius | maart | lentemaand, akkermaand |
| Aprilis | april | grasmaand, prille- of paasmaand, pril |
| Maius | mei | bloeimaand, wonnermaand |
| Junius | juni | we(i)demaand, zomermaand |
| Julius(ex Quintilis) | juli | hooimaand |
| Augustus(ex Sextilis) | augustus | oogst, oust |
| September(7ber) | september | pietmaand, herfstmaand |
| October(8ber) | oktober | zaaimaand, wijnmaand |
| November(9ber) | november | slachtmaand, smeermaand |
| December(10ber) | december | wintermaand, hardemaand, joelmaand, kerstmaand |
Het moge duidelijk zijn dat de geleidelijke invoering van de Gregoriaanse kalender voor moeilijkheden zorgt bij het zuiver dateren van dagen. Een datum in 1612, bijvoorbeeld, is waarschijnlijk in de Gregoriaanse kalender als hij op een brief uit Limburg of Brabant staat, maar waarschijnlijk in de Juliaanse kalender als hij op een brief uit Friesland of Gelderland staat.
Wat het dateren nog lastiger maakt is dat niet iedereen het nieuwe jaar op 1 januari liet beginnen. Dat we nieuwjaar vieren op 1 januari is een historisch toeval. In het verleden zijn ook andere dagen van het jaar als nieuwjaar gebruikt, zoals 25 maart en ook 25 december, maar uiteindelijk was toch 1 januari het populairst.
In kerkelijke kringen is 25 maart verbonden met de verwekking van Jezus, 25 december met de geboorte van Jezus, en 1 januari met de besnijding van Jezus. In voor-Christelijke tijden was 25 maart de klimmende nachtevening (in het noordelijke halfrond het begin van het zomerse halfjaar), 25 december de zuidelijke zonnewende (in het noorden de donkerste dag, het midden van het winterse halfjaar, het midwinterfeest), en 1 januari het nieuwjaar van de Romeinen (tenminste sinds Julius Caesar in 45 v.Chr.).
In de Middeleeuwen kon elke wereldlijke of kerkelijke bestuurder zelf bepalen wanneer nieuwjaar gevierd zou worden in zijn domein. Wie de verwekking van Jezus of het begin van de zomerhalfjaar het belangrijkste vond koos voor 25 maart. Wie de geboorte van Jezus of het midwinterfeest het belangrijkst vond koos 25 december. Wie de besnijding van Jezus het belangrijkste vond, of toch graag het begin van het jaar aan het begin van een maand wilde hebben, of de traditie wilde blijven volgen die er al sinds de Romeinen was, die gebruikte 1 januari.
Als dus in één stad 25 maart Nieuwjaar was maar in een andere stad 1 januari, dan kon dezelfde dag in de ene stad 1 maart 1504 heten maar in de andere stad 1 maart 1505. Ook werden nog wel verschillende jaartellingen gebruikt. Voor de Juliaanse kalender werden bijvoorbeeld de eras van de Stichting van Rome (−752) en de kroning van keizer Diocletianus (284) gebruikt voordat de era van Christus (verzonnen in 532) populair werd.
Kerkelijke heiligendagen
Regelmatig wordt in oude archiefstukken een datering gebruikt die niet meteen herkenbaar is, omdat gebruik wordt gemaakt van kerkelijke feest- en gedenkdagen (heiligendagen). Als daarbij "op ....-avond" wordt gebruikt, heeft men het over de dag voor die heiligendag. De dag volgend wordt vaak aangeduid als "des anderen daags na ...". .
Heiligendagen
| Adventszondagen | vier zondagen voor Kerstmis |
| Allerheiligen | 1 november |
| Allerkinderendag | 28 december |
| Allerzielen | 2 november |
| Aswoensdag | woensdag na de zevende zondag voor Pasen |
| Bamis (St. Bavo) | 1 oktober |
| Beloken Pasen | eerste zondag na Pasen |
| Besnijdenis onzes Heren | 1 januari |
| Coppermaandag | maandag na driekoningen |
| Driekoningen (Dertiendag) | 6 januari |
| Franciscus | 4 oktober |
| Gertrudis | 17 maart |
| Goede vrijdag | vrijdag voor Pasen |
| Heilige avond | 24 december |
| Heilige Drievuldigheid | eerste zondag na Pinksteren |
| Hemelvaartsdag | donderdag na de vijfde zondag na Pasen |
| Johannes de Doper (St. Jans midzomer) | 24 juni |
| Johannes de Evangelist (St. Jan Evangelist) | 27 december |
| Kerstdag (Kerstmis) | 25 december |
| Laurentius (Laurens) | 10 augustus |
| Levinus (Lieven) | 12 november |
| Margareta (Margriet) | 20 juli |
| Maria Boodschap (Ontvangenis) | 25 maart |
| Maria Geboorte | 8 september |
| Maria Hemelvaart (Maria ten Hemelopneming) | 15 augustus |
| Maria Lichtmis | 2 februari |
| Maria Onbevlekt Ontvangen | 8 december |
| Martinus (Maarten) | 11 november |
| Nicolaas | 6 december |
| Palmpasen | zondag voor Pasen |
| Pasen | eerste zondag na volle maan op of na 21 maart |
| Petrus en Paulus | 29 juli |
| Pinksteren (Cinxen) | zevende zondag na Pasen |
| Sacramentsdag | tweede zondag na Pinksteren |
| Silvester | 31 december |
| Stille zaterdag | zaterdag voor Pasen |
| Valentijnsdag | 14 februari |
| Vastenavond | dinsdag na de zevende zondag voor Pasen (de dag voor Aswoensdag) |
| Willibrordus | 7 november |
| Witte donderdag | donderdag voor Pasen |
Wetenswaardigheden ??
Horoscoop
Het verschil tussen het siderisch en het tropische jaar wordt veroorzaakt door de rotatie van de aardas. Deze wijst nu naar de poolster, maar de richting verschuift heel langzaam in een cirkel van met een straal van 23,5°. Een cyclus van de aardas duurt ruwweg 25.800 jaar.
Merkwaardig genoeg houdt de astrologie hiermee geen rekening bij de bepaling van horoscopen. Ook de keerkringen hebben namen die nog steeds astrologisch bepaald zijn. De steenbokskeerkring heet zo, omdat de zon rond het winterpunt (21/22 december) in het sterrenbeeld steenbok zou verschijnen. Dat was 2000 jaar geleden inderdaad het geval. Tegenwoordig staat de zon op 22 december echter in het teken Boogschutter en helemaal niet in het sterrenbeeld Steenbok. De juiste naam voor de zuidelijke keerkring zou dus boogschutterskeerkring moeten zijn. Evenzo is de naam kreeftskeerkring fout, de juiste naam is eigenlijk tweelingskeerkring. De zon staat namelijk in het zomerpunt (21 juni) net in het sterrenbeeld Tweeling (komend vanuit de Stier) en pas een maand later in het teken Kreeft